Formeel Strafrecht VU

  1. Buitengerechtelijke afdoeningen
    • Strafbeschikking (art. 257a Sv) 
    • Transactie (art. 74 lid 1 Sv)
    • Voorwaardelijk sepot (art. 167 lid 2 Sv)
    • Bestuurlijke boete (bestuursrecht)
  2. Aanvang vervolging
    • art. 167 en 242 Sv
    • d.m.v. rechtstreekse dagvaarding 
    • d.m.v. vordering gvo (gerechtelijk vooronderzoek voor als de gegevens verdachte onbekend zijn)
    • d.m.v. vordering bewaring
  3. Doel Strafprocesrecht
    • Straffen van onschuldigen (wetshandhaving)
    • Onschuldigen ongestraft laten (rechtsbescherming), ook wel "juiste toepassing van materieel strafrecht" -> dmv waarheidsvinding: materiële waarheid (niet volledige waarheid, maar dat wat nodig is t.b.v. art 348 en 350 Sv). Pro rep-beginsel: bij twijfel niet veroordelen
  4. Vervolgingsmonopolie
    • OM heeft vervolgingsmonopolie: uitsluitende bevoegdheid om strafbare feiten te vervolgen 
    • OM is niet verplicht elk strafbaar feit te vervolgen: opportuniteitsbeginsel 
    • Als een zaak niet haalbaar is: technisch sepot 
    • Als een zaak niet opportuun is: beleidssepot

  5. driesporen in afdoening zaken
    • meervoudige kamer
    • politierechter
    • buitengerechtelijke afdoening
  6. Vervolgingsbeslissing OM
    • Haalbaarheidsaspecten 
    • Opportuniteitsaspecten: 
    • - negatieve interpretatie = het OM vervolgt ieder strafbaar en bewijsbaar feit, tenzij het algemeen belang een sterk(e) contra-indicatie oplevert 
    • - positieve interpretatie = het algemeen belang moet vervolging noodzakelijk maken, wil het OM daartoe mogen overgaan. 
    • --> Praktijk m.n. om de ernst van het delict
  7. Beklag niet verder procederen
    • Art. 12 e.v. Sv 
    • Slachtoffers/ander rechtstreeks belanghebbende hebben de mogelijkheid om zelf de zaak aan de rechter voor te leggen. Het gaat hierbij om de juistheid van de beslissing van een bestuursorgaan (dus niet inhoudelijk de zaak, want OM monopolie). 
    • Beklag wordt gedaan bij het Hof binnen het rechtsgebied waarvan de beslissing tot niet vervolging is genomen. 
    • Indien beklag ontvankelijk is, onderzoekt het hof of het beklag gegrond is --> Ongegrond? Niet ontvankelijk verklaren (met motivatie)
  8. Beginselen van behoorlijke procesorde
    • Vertrouwensbeginsel = als OM zegt dat de verdachte niet vervolgd gaat worden, moet de verdachte hierop kunnen vertrouwen (coffeeshop arrest) 
    • Gelijkheidsbeginsel = alle gevallen gelijk behandelen 
    • Beginsel van zuiverheid van oogmerk (detournement de pouvoir) = machtsmisbruik, zie bijvoorbeeld dynamische verkeerscontrole
    • Beginsel van behoorlijke en billijke belangenafweging 

    evt. ook gelijkheidsbeginsel en rechtszekerheidsbeginsel
  9. Wijziging van de art 12 procedure: Problemen
    • Wordt vaker niet vervolgd, maar burgers worden mondiger en erkenning van de belagen van slachtoffers neemt toe. --> verschuiving van publieke belang van controle op en correctie van OM naar private belang van de individuele klager.
    • Slechte communicatie omtrent gekozen sepots aan aangevers levert te veel art 12 procedures op.

    • nieuwe voorstel: verbreding van art 12: men kan klagen over niet-vervolgen, niet verder opsporen en achterwege blijven van een vervolgbeslissing
    • uitbreiding van de beismodaliteiten van de hoven: mogelijkheid tot nader onderzoek doen 
    • Strakkere en kortere termijnen
  10. Wijziging van de art 12 procedure: voorgestelde wijzigingen
    • 1. Wettelijke verbreding van het object van de klacht 
    • 2. invoering van nieuwe beslismodaliteiten 
    • 3. Invoering van termijnen 
    • (4. belang motivering sepotbeslissingen onderstreept)
  11. Schorsing voorlopige hechtenis
    • Wel VH, maar ook op vrije voet 
    • onder voorwaarden (art 80 lid 2 en 3): algemene voorwaarden, facultatieve bijzondere voorwaarden of zekerheidsstelling (financieel). 
    • Kan verzoeken schorsing opheffen (art. 82 e.v.), maar bij meerdere verzoeken hoeft verdachte niet meer gehoord te worden (art. 80 lid 4)
  12. Voorlopige hechtenis
    • stap 1. Geval: art. 67 Sv 
    • stap 2. Ernstige bezwaren: meer dan alleen redelijke verdenking, enigszins dossieropbouw 
    • stap 3. Gronden: art. 67a Sv; opmerking 12> en geschokte rechtsorde = media-aandacht, getuigen etc. Niet een duidelijk objectief te kenmerken criterium 
    • stap 4. Anticipatiegebod: Geen VH als a) waarschijnlijk geen voorwaardelijke vrijheidsstraf wordt opgelegd, b) als waarschijnlijk een maatregel als tbs wordt opgelegd of c) wel een gevangenisstraf wordt opgelegd, maar van kortere duur dan de VH
  13. Aanwezigheidsrecht
    • Object an purpose van art. 6 EVRM taken as a whole brengen mee da teen verdachte het recht heft om deel te nemen aan de berechting.
    • Ook eigen verantwoordelijkheid van de verdachte wel: Hokkeling v NL en verslapen arrest.
    • Zwaarte van eigen verantwoordelijkheid afhankelijk van de zwaarte van de straf die de verdachte boven het hoofd hangt en de ernst van de beschuldiging.
  14. Opheffing VH door rechter
    • Artikel 69 Sv: kan eindeloos worden gedaan, maar beperkte hoorplicht van verdachte (alleen 1ste verzoek tot opheffing). 
    • Hierbij moet de advocaat betogen dat er geen verloop van VH meer is, dat de gronden zijn vervallen of dat het i.s.m. anticipatiegebod is.
  15. Smartphone artikel
    Als beperkte inbreuk, dan is artikel 84 icm 95 jo 96 voldoende grondslag

    Als meer dan beperkt, dan dient OvJ of RC onderzoek te doen  

    Als zeer ingrijpende inbreuk, dan RC onderzoek doen

     

    • Ernst inbreuk afhankelijk van:
    • Aard van de informatie
    • Stelselmatigheid van de observatie
    • Duur
    • Plaats
    • Intensiteit
    • Frequentie
    • Hulp van technisch hulpmiddel
  16. Verdachte
    Art 27 Sv

    • Lid 1: redelijk vermoeden van schuld voordat overheid mag optreden (materieel criterium)
    • Drie eisen:1. schuld aan een strafbaar feit, 2. vermoeden dat redelijk is en 3. vermoeden moet voortvloeien uit feiten en omstandigheden. 
    • Lid 2: verdachte = tegen wie de vervolging is gericht (formeel criterium) 

  17. Spelingsruimte cautie
    Image Upload 1
  18. Smartphone arrest
    Image Upload 2
  19. Voortgezette toepassing van dwangmiddelen
    Als de rechtmatige uitoefening van een wettelijke bevoegdheid ertoe leidt dat aan de voorwaarden van een andere bevoegdheid is voldaan, mag ook die andere bevoegdheid worden uitgevoerd.
  20. Predictive Policing artikel
    • Twee vormen:
    • Predictive mapping= locaties; Heatmaps & hotspots
    • Predictive identification= personen/groepen; Heat list & Hot persons


    • Van reageren naar preventie.
    • Twee ontwikkelingen:
    • 1. Maatschappelijke verwachtingen t.a.v. voorkomen criminaliteit zijn sterk gegroeid
    • 2. Technologische ontwikkelingen bieden kansen voor opsporingsinstanties om criminaliteit te voorkomen.

     

    • Problemen met strafvordelijk toezicht
    • - Er is een situatie waarin er nog geen sprake is van een redelijk vermoeden (ex. art 27 Sv)
    • - Als politie overgaat op handelen o.b.v. predictive policing, dan tast dat de integriteit van de strafvordering en de legitimiteit van de verdenking aan.
    • - Oplossing gezocht in uitbreiding opsporingsbegrip art. 132a Sv
    • - Oplossing te vinden in focus niet temporaal maar op het doel van het overheidshandelen: betrouwbaarheid en rechtmatigheid van het handelen door de politie o.b.v. predictive policing nu gewaarborgd.

     

    • Problemen ‘social sorting’
    • - Self fulfilling prophecies
    • - Biased uitslagen --> discriminatie

    • Oplossing:
    • - Transparante en inzichtelijke voorspellingen
    • - Voorkomen van generieke voorspellingen
  21. Dynamische verkeerscontrole
    Hof: in strijd met detournement de pouvoir; materiele uitleg; doel wat niet verkeerscontrole

    • HR: niet in strijd met detournement de pouvoir; niet uitsluitend opsporingsdoel/controlebevoegdheid gebruikt, maar in combinatie met WVW. (formele uitleg) 

     

    Noot:

    Criterium: als de selectie is uitgevoerd uitsluitend of in overwegende mate op basis van etnische of religieuze kenmerken van de bestuurder of andere inzittenden, dan is deze onrechtmatig.

    Niet onrechtmatig als er concrete aanwijzingen van betrokkenheid bij strafbare feiten is. Echter, voor de uitoefening van WVW zijn deze aanwijzingen irrelevant.
  22. Moelander
    Criterium: als de selectie is uitgevoerd uitsluitend of in overwegende mate op basis van etnische of religieuze kenmerken van de bestuurder, dan is deze onrechtmatig.

     

    Er was bevoegdheid voor WVW-controle, maar nog geen concrete aanwijzingen voor het plegen van een strafbaar feit --> onrechtmatig
  23. Verschil opsporing en controle
    • Klassiek opsporingsbegrip: strafvordering vang aan na het ontstaan van de verdenking
    • Geen sprake van opsporing bij proactieve opsporing waar nog geen strafbaar feit in het licht was
    • Geen strafvordelijke waarborgen: Cautie, Verbaliseringsplicht, Controle middels art. 359a Sv etc.
    • Nu: verruiming opsporingsbegrip: het onderzoek in verband met strafbare feiten onder gezag van de OvJ met als doel het nemen van strafvordelijke beslissingen
  24. Geistefer v Nederland
    • Voorlopige hechtenis: schending artikel 5 EVRM
    • Geistefer is op 3 gronden (12-jaarsgrond, recidivegevaar en onderzoeksbelang, art. 67 en 67a Sv) in voorlopige hechtenis gesteld. Vervolgens is hij vrijgelaten. Paar maanden later werd hij weer opgepakt voor voorlopige hechtenis vanwege geschokte rechtsorde.
    • Als geschokte rechtsorde, dan niet tussendoor vrijlaten. Onvoldoende gemotiveerd waarom er sprake zou zijn van een “herschokte” rechtsorde.
  25. Artikel Strafrechters over de praktijk van de voorlopige hechtenis
    • Rechter kan kiezen voor voorlopige hechtenis als aan de voorwaarden voldaan is, maar hoeft niet --> Kiezen er vrijwel altijd voor. 
    • Rechters vinken voorwaarden af, maar motiveren weinig.
    • Rechters zouden meer naar alternatieven moeten kijken, zoals a. gedragsinterventies b. huisarrest en locatieverbod, c. nachtdetentie, d. borgsom en e. mediation
    • Voorlopige hechtenis zou als ultimum remedie moeten worden ingezet
    • Doel: VH meer als ultimum remedie inzetten
  26. Artikel De motivering van de voorlopige hechtenis in Nederland en het EVRM
    • Over art. 5 EVRM en de duur van het voorarrest
    • Als er contra-indicaties zijn, moet er meer gemotiveerd worden.
    • Voorlopige hechtenis dient een uitzondering te zijn; voorlopige hechtenis mag niet louter te zijn terug te voeren naar de ernst van het feit en de motivering mag niet abstract en stereotype zijn
    • De aard van de motiveringsplicht gaat hand in hand met de bijzonderheden van de zaak
  27. Artikel Tekst en Uitleg voorlopige hechtenis
    Gaat om een belangenafweging: belang verdachte versus algemeen belang van een goede procesorde en veiligheid.

    Waarborgen bij voorlopige hechtenis:

    • Bevel tot VH moet voldoende gemotiveerd zijn
    • Motivering mag niet ‘algemeen en abstract zijn’
    • De zwaarte van de straf is geen zelfstandige reden voor voorlopige hechtenis
    • Hoe langer de hechtenis, hoe grondiger de rechterlijke toetsing
  28. Fasen van voorarrest
    • 1. ophouden voor onderzoek 
    • 2. inverzekeringstelling
    • 3. bewaring (VH)
    • 4. Gevangenhouding/gevangenneming (VH)
  29. Ophouden voor onderzoek
    artikel 56a Sv

    • Misdrijf waar VH is toegelaten= 9u
    • misdrijf waar geen VH voor is = 6u max 
    • OvJ bepaalt of verdachte wordt opgehouden of niet
    • Verdachte ex 27 icm cautie 29 en 29a Sv
  30. Inverzekeringstelling
    • art 57 Sv
    • Besluit OvJ
    • Max 3 dagen, evt verlengen 1x 3 dagen
  31. Bewaring
    • artikel 63 Sv Vorm van VH 
    • Vordering OvJ, bevolen door RC 
    • Max 14 dagen, evt verlengen 
    • Inverzekeringstelling loopt over in bewaren, tenzij OvJ inverzekeringstelling eerder beëindigt.
  32. Gevangenhouding of gevangenneming
    Gevangenneming art. 65 Sv 

    • Altijd na bewaring 
    • Bevel hiertoe door rechtbank op vordering van OvJ
    • Max 90 dagen, geen verlenging mogelijk 
    • Grond bewaring mag afwijken van grond gevangenhouding


    • Gevangenneming: 

    • Verdachte bevind zich niet in bewaring 
    • Bevel door zittingsrechter
  33. Voorlopige hechtenis openbaarheid
    • Externe openbaarheid = periodieke controle doordat de hechtenis getoetst wordt door zittingsrechter
    • Interne openbaarheid = verdachte mag alle processtukken inzien vanaf de dagvaarding
  34. Rechtsmiddelen bij Voorlopige hechtenis
    Voorlopige hechtenis wordt besloten door RC of Raadkamer en is dus een beschikking. Er staat dan ook alleen ene rechtsmiddel open als dat dusdanig in het wetboek staat (art. 446 Sv). De verdachte kan verzoeken om "opheffing" ex 69 of 70, of hoger beroep ex 71 Sv.
  35. Opportuniteitsbeginsel
    • artikel 167 Sv = OM gaat zo spoedig mogelijk op vervolging. 
    • Vervolging begint met uitvaardiging van dagvaarding, vordering GVO (Gerechtelijk vooronderzoek, als gegevens verdachte niet bekend zijn) of vordering bewaring 

    OM heeft opsporingsmonopolieen is niet verplicht elk strafbaar feit te vervolgen (opportuniteitsbeginsel)
  36. Coffeeshop Leide-Lisse
    Omtrent beginselen behoorlijke procesorde: vertrouwensbeginsel 

    HR: geen schending vertrouwensbeginsel,want 

    • OM heeft geen toezegging gedaan om niet te vervolgen
    • Gedane opmerking kunnen niet doorgetrokken worden als een opmerking tot niet vervolgen van OM 
    • Niet handhaven OM is irrelevant voor vertrouwensregel, en 
    • "Geen redelijk handelend lid van het OM heeft kunnen oordelen dat met voortzetting van de onderhavige vervolging van deze verdachte enig door strafrechtelijk handhaving beschermd belang gediend kan zijn" 


    Vertrouwensregel leidt vrijwel nooit tot niet ontvankelijkheid van OM, o.a. vanwege monopolie van OM waardoor rechter niet te veel inhoudelijk zal toetsen hieraan.-> zwaarwegende argumenten.
  37. Hokkeling v Nederland
    Omtrent aanwezigheidsrecht ex art 6 EVRM 

    • uitgangspunt: De zaak mag alleen voortgezet worden zonder verdachte indien de verdachte bewust afstand heeft gedaan van zijn aanwezigheidsrecht en daarvan ook de gevolgen heeft kunnen voorzien. 
    • Dat de verdachte niet aanwezig heeft kunnen zijn door zijn eigen toedoen (eigen schuld) is irrelevant. De verdachte dient in de gelegenheid te worden gesteld om aanwezig te zijn bij zijn eigen zitting. 

    Schending artikel 6 EVRM als (ro 58): 

    • Geen rechtsmiddelen (hoger beroep oid) meer open staat 
    • De verdachte niet duidelijk heeft afgezien van zijn aanwezigheidsrecht 
    • De verdachte niet de intentie heeft op berechting te ontlopen


    Noot: lidstaten hebben een inspanningsplicht; zij moeten inspanning leveren om uit te zoeken of een verdachte bij zijn zitting wil zijn. Als dit het geval is, moeten lidstaten inspanning leveren zodat de verdachte alsnog bij de zitting kan zijn.
  38. Aanwezigheidsrecht verslapen verdachte
    Omtrent aanhouden van een zitting

    Belangenafweging:

    • Belang van de verdachte bij het kunnen uitoefenen van zijn aanwezigheidsrecht
    • Het belang van de verdachte en de samenleving bij een doeltreffende en spoedige berechting
    • Het belang van een goede organisatie van de rechtspleging
  39. Artikel Een aanwezigheidsplicht voor de voorlopig gehechte verdachte
    Kernvraag: moet er een algemene verplichting voor voorlopig gehechte verdachten om bij het onderzoek ter terechtzitting en de uitspraak te doen verschijnen zijn? 

    Ratio: bijdrage aan het voorkomen van recidive en vergroting van delictsbesef. + Rechter kan beter uiting geven aan de maatschappelijke afkeuring van het delict en zijn uitspraak vormt het sluitstuk van de openbare rechtspleging als V erbij is alsmede de genoegdoening voor 3e dmv de demonstratiefunctie. 

    Vier argumenten van de wetgever:

    • de zaak der terechtzitting zal een accusatoir karakter krijgen; verdachte wordt meer beschouwd als autonome procespartij--> ruimte om zijn procespositie in vrijheid te bepalen
    • T.b.v. voortvarende afdoening is de afwezige verdachte berechtigen soms de beste optie
    • De verplichting in persoon terecht te staan zou de verdachte meer leed toebrengen dan de boven zijn hoofd hangende sanctie
    • Eerder had procesvoering in absentia niet tot overwegende bezwaren aanleiding gegeven
  40. Artikel Het aanwezigheidsrecht in strafzaken
    Omtrent de inspanningsverplichting van lidstaten voor verdachte aanwezig te zijn bij zaak.

    •  
    • EHRM impliceert een aanwezigheidsrecht, dit recht is niet absoluut
    • Aanwezigheidsrecht uit artikel 6 EVRM adhv Hokkeling v Nederland
    • De inspanningsverplichting van lidstaten gaat ver: als lijfelijke aanwezigheid onmogelijk is, dient er tussenoplossing gezocht te worden (bijvoorbeeld Skype)
  41. Artikel Spreekrecht
    • Slachtoffer heeft een plek in het strafproces
    • Doel: slachtoffer kan in volle omvang zijn verhaal doen

     

    Waarover (omvang spreekrecht) : onbegrensd spreekrecht ten tijde van de zitting. Uitgangspunten:

    • binnen de context van de huidige regeling van het onderzoek
    • In beginsel geen vragen te dulden en deze verklaring is niet voor weerlegging vatbaar
    • Slachtoffer blijft procesdeelnemer, geen zelfstandige partij




    Wie (slachtoffer of raadsman): ogv art 258 lid 3 Sv kunnen spreekgerechtigden de voorzitter verzoeken het spreekrecht door een raadsman of andere gemachtigde te laten uitvoeren 

    Wanneer: wanneer mag S van zijn spreekrecht gebruik maken? Voordat OvJ zijn requisitoir houdt - in het deel waar informatie wordt uitgewisseld tegenover de zittingsrechter. 

    • Hoe : spreekgerechtigde moet ook kunnen reageren op het pleidooi van de verdediging; ogv art 6 EVRM hoor en wederhoor beginsel. 
    • --> terecht? Slachtoffer is geen procespartij, maar procesdeelnemer. 


    Stroomlijn 1: wanneer de voorlichting aan de voorkant goed is en ook de strafrechter gebruik maakt van zijn mogelijkheden tot advies en daarbij duidelijk is in zijn aanwijzingen en transparant is in zijn keuzes, biedt het nieuwe spreekrecht kansen. Het slachtoffer kan zich uitvoeriger uitlaten dan in het verleden en (ook) de verdachte weet waar hij aan toe is.

    Stroomlijn 2: de wetgever heeft aan de voorzitter van de strafkamer speelruimte gelaten bij de stroomlijning van het spreekrecht. Enerzijds zal hij dat moeten aanwenden teneinde het spreekrecht zoveel mogelijk te normeren. Anderzijds kan hij de zitting zo inrichten dat de procespartijen en de spreekgerechtigde als procesdeelnemer de rol kunnen vervullen die hen door de wetgever is toegekend.
  42. Bewijsstelsels
    Vrije bewijsstelsel = de wet stelt geen regels mbt te vraag wanneer het feit bewezen mag/moet worden geacht

    • Stelsel van de bloot gemoedelijke overtuiging (conviction intime): overtuiging van schuld is genoeg (bijv. bij juryrechtspraak).
    • Stelsel van de beredeneerde overtuiging (conviction raisonnée): de rechter moet wel zijn beslissing/overtuiging motiveren

    Wettelijke bewijsstelsels = de wet stelt regels mbt bewijs

    • Positief-wettelijk bewijsstelsel: als een aantal in de wet opgesomde bewijsmiddelen aanwezig zijn, is de rechter verplicht te veroordelen, ook als hij zelf niet overtuigd is van schuld
    • Negatief-wettelijk bewijsstelsel: de rechter mag niet veroordelen als het door de wet voorgeschreven minimum aan bewijs niet voorhanden is, ook als hij zelf wel overtuigd is van schuld. Kenmerken:1) Rechter moet overtuigd zijn, 2) Overtuiging moet zijn gegrond op wettige bewijsmiddelen, 3)Minimum aan bewijs moet voorhanden zijn, 4) Het gaat om de vraag of de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, 5) De overtuiging moet voortkomen uit het onderzoek op de terechtzitting
  43. Onmiddellijkheidsbeginsel
    artikel 338 Sv

    De rechter mag bij de bewijsbeslissing slechts rekening houden met hetgeen tijdens het onderzoek ter terechtzitting aan de orde is gesteld door de officier van justitie. Het idee hierachter is dat de zitting openbaar moet zijn, en dat al het bewijs tijdens een openbare zitting door de officier van justitie moet worden aangeleverd. Verder helpt dit beginsel ook bij de verdediging van de verdachte. Hij kan zich zo voorbereiden op het aangeleverde bewijs en kan dus niet tijdens een latere zitting plotseling met nieuw bewijs geconfronteerd worden.
  44. Wettigheid van bewijsmiddelen
    Of het in de verklaring gestelde waargenomen kan zijn, niet of het daadwerkelijk door de getuigen is waargenomen.

    Gissingen, meningen en conclusies van getuige (art. 342 Sv) en verbalisant (art. 233 lid 1 sub 20 Sv) mogen niet voor het bewijs worden gebruikt.

    Toereikend bewijs = wanneer gezegd kan worden dat het bewezen verklaarde uit de inhoud van de in het vonnis vermelde bewijsmiddel kan volgen.
  45. Stappenplan steunbewijs
    Image Upload 3
  46. Mishandeling zwangere vrouw
    Of aan bewijsminimum van artikel 342 (2) Sv is voldaan, laat zich niet in algemene zin beoordelen, maar vergt een beoordeling per geval.

    I.c. verklaring buurman dat S huilend en verkrampt met handen op haar buik aan de deur stond. 

    Vuistregel (noot): dat een verklaring over de psychische en fysieke gesteldheid van het slachtoffer vlak na het feit voldoende steun kan opleveren 

    --> geen schending art. 342 (2) Sv
  47. Ontucht te Dordrecht
    Of aan bewijsminimum van artikel 342 (2) Sv is voldaan, laat zich niet in algemene zin beoordelen, maar vergt een beoordeling per geval.

    I.c. vinden verklaringen van S voldoende steun in andere gebezigde bewijsmaterialen zoals het dagboek van S en de verklaring van V. 

    Vuistregel (noot): dat bevestiging van een concrete context van het misdrijf voldoende steun kan opleveren. 

    --> geen schending art. 342 (2) Sv
  48. Ontucht te Heerlen
    Of aan bewijsminimum van artikel 342 (2) Sv is voldaan, laat zich niet in algemene zin beoordelen, maar vergt een beoordeling per geval.

    I.c. is het ten laste gelegde feit gebaseerd op hetgeen de aangeefster aan haar oma heeft verteld alsmede de aantekening van de huisarts welke berust op de verklaring van de moeder van S, die haar verklaring berust op wat S haar heeft verteld. 

    Vuistregel (noot): dat een getuigenverklaring waarin een verklaring van een andere getuige wordt herhaald niet voldoende steun biedt. 

    --> wel schending art 342 (2) Sv
  49. Vijverhuisje
    Of aan bewijsminimum van artikel 342 (2) Sv is voldaan, laat zich niet in algemene zin beoordelen, maar vergt een beoordeling per geval.

    I.c. wordt in de verklaring van V contextuele elementen van de verklaring van S, namelijk de locatie. 

    "vuistregel": dat enkel de aanwezig onvoldoende is om een 'concrete context' te bevestigen. 

    --> wel schending art 342 (2) Sv
  50. Optillen door oom
    Of aan bewijsminimum van artikel 342 (2) Sv is voldaan, laat zich niet in algemene zin beoordelen, maar vergt een beoordeling per geval.

    I.c. wordt de positie van V ten opzichte van S bevestigd: in de woning waar V S heeft opgetild en opgebeurd. Door die positie was V beter in de gelegenheid S te betasten. 

    "Vuistregel": dat bevestiging van zo'n "specifieke omstandigheid" (waarbij V in de gelegenheid was een zedendelict te plegen) kan voldoende steun opleveren. 

    --> geen schending art 342 (2) Sv
  51. Vormen van sanctioneren vormverzuim
    artikel 359a Sv

    • Strafverlaging
    • Bewijsuitsluiting 
    • Niet-ontvankelijk OM
  52. Wettelijke bewijsstelsel KC
    • art 350 Sv = is bewezen dat het ten laste gelegde feit door verdachte is gedaan? 
    • Negatief-wettelijk bewijsstelsel = art. 388 Sv; rechter moet overtuigt zijn + wettelijke gronden voor bewijs
  53. Wettige bewijsmiddelen KC
    art. 339 e.v. Sv 

    • Als iets niet onder deze bewijsmiddelen valt, mag het niet als bewijs worden gebruikt. 
    • Feiten of omstandigheden van algemene bekendheid behoeven geen bewijs; aantal treffers op internet is irrelevant

    • Verklaring van verdachte = verklaring verdachte; op de terechtzitting afgelegde verklaring. Bij de politie afgelegde verklaring is schriftelijk bescheiden 
    • Getuigenverklaring = verklaring getuigen; verklaring ter zitting afgelegd, omtrent wat hij zelf heeft waargenomen of ondervonden (geen meningen, gissingen of conclusies)
    • Verklaring deskundigen = onderscheid tussen verklaring deskundig op de zitten of deskundigenverslag. Verslag is obv een opdracht. Deskundig 
    • Schriftelijke bescheiden = lid 1 sub 2 het belangrijkst; niet voldaan aan vereisten? -> overige ex sub 5
    • Eigen waarnemingen rechter = staat naast andere bewijsmiddelen
  54. De auditu verklaring KC
    • = een verklaring van horen zeggen 
    • ≠ feiten of zelfstandigheden zelf waarnemen. 

    De auditu arrest: 

    • Een verklaring door getuigen bij politie vooraf is eigenlijk een de autidu verklaring. Geen vertuigenverklaring, want niet bij zitting afgelegd. Echter, dit is wel bewijs ex 344 lid 1 sub 2 Sv; proces verbaal. --> zulke verklaringen zijn wel toelaatbaar bewijs (de auditu-arrest)  
    • Verschuiving naar vooronderzoek 
    • Procesdossier is nu van groot belang
  55. Bewijsuitsluiting. 
    Waarom?
    • Reparatieargument
    • demonstratieargument
    • effectiviteitsargument
  56. Onrechtmatig optreden
    • Uitoefenen van dwangmiddelen zonder dat daartoe een bevoegdheid bestaat 
    • Wel bevoegdheid, maar er is niet voldaan aan de door de wet geëiste formaliteiten (cautie geven e.d.) 
    • Voldaan aan alle wettelijke vereisten, maar de wijze van bevoegdheidsuitoefening is in strijd met de beginselen van goede procesorde
  57. Voorwaarden bewijsuitsluiting
    art. 359a lid 1 sub b Sv

    Causaal verband tussen rechtsschending en het verkregen bewijsmateriaal. 

    • Rechtsschending moet het belang getroffen hebben dat de overtreden norm probeert te beschermen 
    • verdachte moet in dat belang getroffen zijn
  58. Schutznorm
    = relativiteitsvereiste

    Indien het niet de verdachte is die door de niet-naleving van het voorschrift is getroffen in het belang dat de overtreden norm beoogt te beschermen, maar een ander, hoeft de rechter in de te berechten zaak als regel geen rechtsgevolg te verbinden aan het verzuim
  59. Zwolsman criterium
    Er moet sprake zijn van ernstige inbreuken op de beginselen van behoorlijke procesorde, waarbij doelbewust of met grove onachtzamen van de belang van de verdachte aan diens recht op ene eerlijke behandeling van de zaak is tekortgedaan
  60. Loze hashpijp
    • Image Upload 4
    • conclusie
  61. Artikel Het eerste verhoor van Michael P
    Omtrent artikel 3 EVRM en 359a Sv 

    • Artikel 3 is een absoluut recht waarbij schending dus niet gelegitimeerd kan worden 
    • appropriate and sufficient compensatie die op overtuigende wijze toekomstige onrechtmatigheden moet ontmoedigen --> denk aan strafvermindering
  62. Artikel Integriteit als perspectief
    omtrent de invulling van artikel 359a Sv door de HR

    HR stelt dat het eerlijkheidsperspectief thans bepalend is bij de toepassing van het rechtsgevolg niet-ontvankelijkheid (en bewijsuitsluiting) en impliceert hiermee dat integriteitsbewaking geen rol an betekenis heeft 

    • Disproportioneel gebruik van geweld door de politie of opzettelijk onjuist opmaken van processen-verbaal gzal niet tot bewijsuitsluiting of niet-ontvankelijkheid van OM leiden, nu dit soort vormverzuimen geen afbreuk doen aan een eerlijk proces van de verdachte in die zin dat zij de uitoefening van verdedigingsrechten niet noodzakelijkerwijs belemmeren of de mogelijkheid tot effectieve verdediging niet aantasten. 
    • Roept wel vragen op omtrent de integriteit van de rechtspraak. De wetgever is bezig met het opstellen van een beter kader, dat rechters een normatief richtsnoer biedt voor het reageren op onrechtmatig strafvorderlijk handelen. 

    Het integriteitsargument = de gedachte dat onrechtmatig strafvorderlijk handelen kan raken aan de integriteit van de gerechtelijke procedure


    drie vormen van integriteitsargument worden onderscheiden: 

    • 1. Court-centred integrity: de rechter handel op grond van zijn eigen morele overwegingen die uit zijn eigen geweten voortvloeien en zijn eigen conceptie van fatsoen 
    • 2. public conduct integrity: de rechter dient na te gaan of het niet uitsluiten van het bewijs de kans zal vergroten dat burgers zich in de toekomst eveneens niet aan de regels zullen houden 
    • 3. Public attitude integrity: de rechter dient bij zijn beslissing in acht te slaan op de te verwachten maatschappelijke respons ten opzichte van de strafrechtspleging; de gevolgen van de beslissing voor het aanzien van de rechtspraak. 


    • Integriteitsargument kan tegenstrijdig geïnterpreteerd worden: enerzijds betekent het dat de zittingsrechter zich dient te distantieren van onrechtmatig overheidsoptreden door onrechtmatig verkregen bewijs uit te sluiten, anderzijds betekent het dat verdachten op basis van het vergaarde betrouwbare bewijsmateriaal moeten worden berecht. 
    • De norm is dus te open dat het niet bruikbaar is. 
    • Het dient echter wel als aanvulling gebruikt te worden op artikel 359a Sv
  63. Strafproces in fasen
    Image Upload 5
  64. Verschil transactie en strafbeschikking
    • Transactie = betalen geldsom/verrichten onbetaalde arbeid -> voldaan = niet meer vervolgd worden voor dit feit versus strafbeschikking = boete -> wel vervolgd worden, want eerst schuld vastleggen 
    • Transactie kan geweigerd worden (dan OvJ naar rechter om alsnog te vervolgen), strafbeschikking niet (niet mee eens is in verzet gaan) 
    • Transactie leidt tot voorkomen van vervolgen (schuld wordt niet formeel vastgesteld), strafbeschikking is wel een daad van vervolgen.
  65. Rechtmatigheidstoets RC
    • Bestaat er een redelijke verdenking? 
    • Is er een geval van voorlopige hechtenis?
    • Is er een onderzoeksbelang? 
    • Zijn de vormvoorschriften nageleefd?
    • Andere gronden waarop de inverzekeringstelling onrechtmatig kan zijn?

    Wordt o.a. gedaan bij inverzekeringstelling
Author
Daphneis08
ID
347777
Card Set
Formeel Strafrecht VU
Description
Formeel Strafrecht VU B2
Updated