The rest

  1. On vacation
    MET vakantie
  2. Hairdresser
    de kapper
  3. Even
    • equally
    • for a moment
    • for a bit
  4. The door
    de deur
  5. hotel
    HET hotel
  6. a window
    het raam
  7. a bed
    HET bed
  8. about wind that it blows
    • waaien
    • waait
  9. to rain
    • regenen
    • het regent
  10. To dance
    dansen
  11. To ride a bicycle
    fietsen
  12. To laugh
    lachen
  13. To smoke
    roken
  14. A cigarette
    een sigaret
  15. To cook
    koken
  16. To play
    spelen
  17. both
    allebei
  18. a year
    HET jaar
  19. By/through
    door
  20. Przyjaciel,przyjaciele,przyjaciółka
    de vriend, vriendin, vrienden
  21. Id
    identiteitskaart
  22. People pronoun
    • de
    • het kind, het misje
  23. liquids pro
    • de
    • het bier
    • het water
    • het fruitsap
  24. vehicles pro
    • de
    • het vliegtuig
  25. A book
    het boek
  26. married
    getrouwd
  27. divorced
    gescheiden
  28. a philosoph
    • de filosoof
    • filosofe
  29. Feminine=
    +e
  30. nice, pleasent
    prettig
  31. a trip
    de reis
  32. an accountant
    de accountant
  33. assistent
    de assistent
  34. borther
    de broer
  35. housemaid
    de huisvrouw
  36. engineer
    de ingenieur
  37. uni
    de universiteit
  38. dead
    dood
  39. daughter
    de dochter
  40. a lawyer
    de advocaat
  41. husband
    de man
  42. boy
    • de jongen
    • de jongens
  43. a son
    de zoon
  44. hebben
    • heb
    • hebt
    • heeft
  45. a job
    het beroep
  46. clerk
    de bediene
  47. doctor
    de dokter
  48. birth place
    de geboorteplaats
  49. city, cities
    • de stad
    • de steden
  50. a nurse
    de verpleegkindge
  51. sister
    de zus
  52. hospita
    het ziekenhuis
  53. academic
    academisch
  54. other
    ander
  55. a long time already
    al lang
  56. away
    vandaan
  57. a question
    de vraag
  58. So
    dus
  59. young
    jong
  60. a king
    de koning
  61. people
    de mensen
  62. a group
    de groep
  63. state
    de staat
  64. a language
    de taal
  65. languages pro
    het ... het frans, het duits
  66. capital
    de hoofdstad
  67. inhabitant
    de inwoner
  68. a human
    de mens
  69. region
    de regio
  70. the rest
    de rest
  71. parliament
    het parlement
  72. autonomous
    autonoom
  73. ceremonial
    ceremonieel
  74. federal
    federaal
  75. national
    nationaal
  76. official
    officieel
  77. relatively
    relatief
  78. symbolic
    symbolisch
  79. How is it goin
    • hoe gaat het ermee
    • hoe is het ermee
    • ssssssssssssssssssss
    • hoe gaat het met je
    • hoe is het met je
  80. a rain
    de regen
  81. vacation
    de vakantie
  82. address
    het adres
  83. phone
    de telefoon
  84. the number
    het nummer
  85. townhal
    het stadhuis
  86. telefon num
    het telefoonnummer
  87. outside
    buiten
  88. long
    • lang
    • kort
  89. Zabudowany
    • druk
    • rustig
  90. big
    • groot
    • klein
  91. light
    • licht
    • donker
  92. old
    • oud
    • nieuw
  93. clen
    • schoon
    • vuil
  94. small
    • smal
    • breed
  95. the toilet
    het toilet
  96. traffic
    het verkeer
  97. cheap
    • goedkoop
    • duur
  98. weather forecast
    het weerbericht
  99. neighbour country
    het buurland
  100. a season
    het seizoen
  101. the centur
    de eeuw
  102. a sea
    de zee
  103. moderate
    gematigd
  104. average
    gemiddeld
  105. most
    meeste
  106. more
    meer
  107. terrible
    verschrikkelijk
  108. find
    • vinden
    • vind 
    • vindt
    • vindt
  109. hiking
    wandelen
  110. say
    • zeggen
    • zeg
    • zegt
    • zegt
  111. see
    • zien
    • zie
    • ziet
    • ziet
  112. to form
    vorment
  113. day
    de dag
  114. a minute
    de minuut
  115. a quarter
    het kwartier
  116. an hour
    het uur
  117. maybe
    misschien
  118. age
    leeftijd
  119. distance
    afstand
  120. to ask a question
    vragen stellen
  121. thx anyway
    toch bedankt
  122. owner
    eigenaar
  123. true
    waar
  124. to commute
    pendelen
  125. therefore
    daarom
  126. financial support
    financiele steun
Author
riatoz966
ID
344253
Card Set
The rest
Description
dus
Updated