zinnen

  1. Du spielst im Uhrzeigersinn.
    Je speelt met de wijzers van de klok mee.
  2. Sie gaben zich die Hand
    Ze schudden elkaars hand
  3. wer kommt heute Abend (alles)?
    wie kommen er vanavond?
  4. wer hat das gesagt?
    wie heeft dat gezegd?
  5. wem gehört die Tasse?
    van wie is die tas?
  6. was für...?
    wat voor...?
  7. was für ein....?
    wat voor een....?
  8. Der Feind meines Feindes ist mein Freund.
    De vijand van mijn vijand is mijn vriend.
  9. I am sorry
    Het spijt me
  10. I like it  // I don´t like it
    Ik vind het leuk // Ik vind het niet leuk
  11. How are you?
    Hoe gaat het?
  12. Really?
    Echt waar?
  13. Excuse me
    Excuseer
Author
gosebi
ID
337577
Card Set
zinnen
Description
NL
Updated