14A

  1. Posterus, postera, posterum
    Volgend
  2. Annus
    Jaar
  3. Infero, intuli (inferre)
    • 1. Brengen naar
    • 2. Veroorzaken, aandoen
  4. Fama
    • 1. Gerucht
    • 2. Reputatie
  5. Magnitudo, magnitudinis (vrl)
    Grootte, omvang
  6. Mox
    Weldra, snel daarna
  7. Vacuus, vacua, vacuum
    Leeg
  8. Primo (bijw.)
    Eerst
  9. Diu
    Lange tijd
  10. iit (perf)
    (Hij) is gegaan, (hij) ging
  11. it (praes)
    (Hij) gaat
  12. Se
    • 1. (In A.c.I.) hij, zij (ev.), zij (mv.)
    • 2. Zich
  13. Ostendo, ostendi (ostendęre)
    Tonen, laten zien
  14. Pietas, pietatis (vrl.)
    Plichtsgevoel, liefde, trouw
  15. Lingua
    • 1. Tong
    • 2. Taal
Author
Madeleine
ID
319287
Card Set
14A
Description
latijn woordjes
Updated