10C

  1. Virgo, virginis
    Meisje, maagd
  2. Constituo, constitui (constituęre)
    • 1. Stellen, plaatsen
    • 2. Vaststellen, besluiten
  3. Custos, custodis (mnl.)
    Bewaker
  4. Duco, duxi (ducęre)
    Leiden, brengen
  5. Educo, eduxi (educęre)
    Naar buiten leiden, wegleiden
  6. Ripa
    Oever
  7. Flumen, fluminis (onz.)
    Rivier
  8. Eas (acc. Vrl. Mv.)
    • 1. Hen
    • 2. Deze, die
  9. Telum
    Werptuig, mv. Wapens
  10. Tamen
    Toch
  11. Pervenio, perveni (pervenire)
    (Aan) komen, bereiken
  12. Fuga
    • 1.Vlucht
    • 2.verbanning
  13. Nuntius
    • 1. Bode
    • 2. Bericht
  14. Foedus, foederis (onz.)
    Verdrag, verbond
  15. Reddo, reddidi (reddęre)
    Teruggeven
  16. Remitto, remisi (remittęre)
    • 1. Terugsturen
    • 2. Loslaten
  17. Non solum ... Sed etiam
    Niet alleen ... Maar ook
  18. Promitto, promisi (promittęre)
    Beloven
  19. Libero (liberare)
    Bevrijden
  20. Eligo, elegi (eligęre)
    Uitkiezen
  21. Maxime (bijw.)
    Het meest, vooral
  22. Iniuria
    Onrecht
  23. Rumpo, rumpi (rumpęre)
    Breken, verbreken
Author
Madeleine
ID
319280
Card Set
10C
Description
latijn woordjes
Updated