6

  1. Gens, gentem
    Volk
  2. Terribilis, terribile
    Verschrikkelijk
  3. Autem
    Maar, echter
  4. Itaque
    Daarom
  5. Contentus, contenta, contentum
    Tevreden
  6. Quia
    Omdat
  7. Femina
    Vrouw
  8. Dant
    (Zij) geven
  9. Parat
    (Hij) bereidt voor, (hij) maakt gereed
  10. Domus
    Huis
  11. Conveniunt
    (Zij) komen samen
  12. Parentes (nom./acc. Mv.)
    Ouders
  13. Finis, finem
    Einde
  14. Multus, multa, multum
    Veel
  15. Invitat
    (Hij) nodigt uit
  16. iam
    Al,reeds
  17. Romanus
    1. Romein. 2. Romeins
  18. iuvenus, iuvenem
    Jongeman
  19. Rapiunt
    (Zij) grijpen, (zij) roven
  20. Homo, hominem
    1. Mens. 2. Man
  21. Per + acc
    1. Door ... Heen. 2. Gedurende. 3. Door (middel van)
  22. Postea (bijw.)
    Daarna, later
  23. Rogat
    (Hij) vraagt
  24. Perdit
    1. (Hij) richt te gronde. 2. Hij verliest
  25. Post + acc
    Na
  26. Talis, tale
    Zo'n, zodanig(e), zulk(e)
  27. Atque
    En
  28. Donum
    Geschenk
  29. Miles, militem
    Soldaat
  30. Dux, ducem
    Aanvoerder
  31. Extra + acc
    Buiten
  32. Donat
    (Hij) geeft
  33. Sperat
    (Hij) hoopt
  34. iaciunt
    (Zij) gooien
  35. Expugnat
    (Hij) verovert
  36. Aurum
    Goud
  37. Clades, cladem
    Nederlaag
  38. Inter + acc
    Tussen
  39. Pars, partem
    Deel
  40. Prope
    1. Bijna. 2. (+acc) dichtbij
  41. Lacrima
    Traan
  42. Vulnerant
    (Zij) verwonden
  43. Pax, pacem
    Vrede
  44. Finit
    (Hij) beëindigt
  45. Accipiunt
    1. (Zij) nemen aan, ontvangen, (zij) verkrijgen. 2. (Zij) vernemen
  46. Facęre (infinitivus)
    • 1. (Te) maken
    • 2. (Te) doen
  47. Verbum
    Woord
  48. Pugnare (infinitivus)
    Vechten
  49. Orant
    (Zij) smeken
Author
Madeleine
ID
317728
Card Set
6
Description
latijn woordjes
Updated