Home
Flashcards
Preview
Engels Unit 4
Home
Get App
Take Quiz
Create
kunstwerken
artwork
een bestemming
a destination
een kenmerk
a feature
erfgoed
a heritage
industrie
industry
een inwoner
an inhabitant
een oorsprong
an origin
een schuurtje
a shed
een kolonist
a settler
de horizon
a skyline
bodem
soil
een voorstad
a suburb
handel
trade
bewonderen
to admire
vertrekken
to depart
oprichten
to establish
liften
to hitchhike
leggen
to lay
onderhouden
to maintain
een bezoekje brengen
to pay a visit
opstaan, opklimmen
to rise
voet aan wal zetten
to set foot on
kuieren
to stroll
een reisje maken
to take a trip to
een wandelingetje maken
to take a stroll
zich afvragen
to wonder
verbinen met
to connect to
bestaan uit
to consist of
vloeien in
to blow into
koers zetten naar
to head for
varen zeilen rond
to sail around
agragisch
agricultural
bedrijvig
bustling
hedendaags
contemporary
komopolitisch
cosmopolitan
droog
dry
genant
embarrassing
vruchtbaar
fertile
vlak
flat
groots
grand
heuvelachtig
hilly
historisch
historical
enorm
huge
industrieel
industrial
plaatselijk
local
gelegen
located
prachtig
magnificent
middeleeuws
medieval
bergachtig
mountainous
rustig
peaceful
vervuild
polluted
prestigieus, gerenommeerd
prestigious
regional, streek-
regional
gerenoveerd
renovated
landelijk
rural
rustiek
rustic
spectaculair
spectacular
onbewoond
uninhabited
stedelijk
urban
nat
wet
kustig
artfully
vakkundig
craftily
vrijgevig
generously
enorm
immensely
overduidelijk
obviously
oorspronkelijk
originally
zelf onderhoudend
self-sufficiently
succesvol
successfully
vemoedelijk
supposedly
Author
Margot
ID
222711
Card Set
Engels Unit 4
Description
Engels
Updated
2013-06-06T19:31:58Z
Show Answers
Home
Flashcards
Preview