-
een sprinkhaan
une sauterelle
-
-
-
-
-
-
de eetlust benemen
couper l'appétit
-
de afschaffing
l'abolition
-
-
een versoepeling
un assouplissement
-
-
een gast, een tafelgenoot
un, une convive
-
het bakken, stoven,koken, braden
la cuisson
-
een woning,verblijf
une demeure
-
de verspreiding
la diffusion
-
de onhandigheid, stunteligheid
une maladresse
-
de gebruiken, gewoonte
les moeurs
-
-
het scherp (van een mes)
le tranchant (d'un couteau)
-
schijnbaar
apparent, apparente
-
-
zich verspreiden
se diffuser
-
zich aan (iets) onttrekken
(se) dispenser de
-
opstellen, gereed maken
dresser
-
zich uitbreiden tot
(s') étendre à
-
roemen,prijzen, ophemelen
vanter
-
-
hetzij,... hetzij...
of..... of...
soit...., soit....
-
-
succesrijk worden
faire fortune
-
een hoge vlucht nemen
prendre un essor
-
een verandering, kentering
une mutation
-
rondreizend
ambulant, ambulante
-
-
-
een borrelhapje
un amuse-gueule
-
de durf, stoutmoedigheid
l'audace
-
een beroemdheid
une célébrité
-
een wijnsoort,wijngaart,wijnstreel
un cru
-
-
een pelgrim, bedevaartganger
un pèlerin
-
een grond, bodem, landstreek
un terroir
-
een kracht, positieve eigenschap, deugd
une vertue
-
een wijnbouwer
un viticulteur
-
-
in ijs gekoeld
frappé, frappée
-
het rijnland
rhénan, rhénane
-
-
-
-
afzien (van) , afstand doen (van)
renoncer (à)
-
-
een buiging
une révérence
-
essuyer en enlevant la sauce
saucer
-
-
bespreken, vermanen
sermonner
-
een verslapping
un relâchement
-
overheersen, de bovenhand hebben
prédominer
-
in acht nemen, zich houden aan, naleven
observer
-
opknabbelen, oppeuzelen
grignoter
-
op zich nemen, zich belasten met
se charger de
-
de stille tijd van het jaar
la base saison
-
een slaapzaal
un dortoire
-
-
-
-
een wasmachine
un lave-linge
-
een nummerplaat
une plaque minéralogique
-
een huurprijs
un prix de location
-
-
-
-
hoofdstedelijk
métropolitain
-
-
vlakbij, in de buurt van
à proximité de
-
in het hoogseizoen
en pleine saison
-
rustig vilaatje
une fermette
-
|
|