-
-
nullus, (vrl.), (onz.), (gen.)
nulla, nullum, nullius - geen enkel
-
nonnulli (mv.)
sommige(n)
-
sedes, gen. (geslacht)
- sedis (vrl.) - (zit)plaats
- woonplaats
-
-
-
dignus + welke naamval?
+ abl. - waard, waardig
-
cerno, perf. (inf.)
crevi (cernĕre) - zien
-
senex, gen.
senis - oude man
-
similis, onz. + welke naamval?
- simile + gen./dat. - gelijk aan
- gelijkend op
-
vis, acc., abl. (geslacht)
vim, vi (vrl.) - kracht, geweld
-
metuo, perf. (inf.)
metui (metuĕre) - vrezen
-
invenio, perf. (inf.)
inveni (invenire) - vinden, aantreffen
-
cogo, perf. (inf.)
- coëgi (cogĕre) - dwingen
- bijeenbrengen
-
specto (inf.)
spectare - kijken naar, zien
-
propter + welke naamval?
+ acc. - vanwege, door
-
tango, perf. (inf.)
tetigi (tangĕre) - aanraken
-
-
-
tempto (inf.)
temptare - proberen
-
ingens, gen.
ingentis - geweldig, enorm
-
-
brevis, onz.
breve - kort
-
-
-
-
peto, perf. (inf.) + welke voorzetsel + welke naamval?
peti(v)i (petĕre) a(b) + abl. - vragen aan
-
-
sentio, perf. (inf.)
sensi (sentire) - voelen, bemerken
-
egregius, (vrl.), (onz.)
egregia, egregium - uitstekend, voorttreffelijk
-
deicio, perf. (inf.)
deieci (deicĕre) - naar beneden werpen, laten vallen
-
ferox, gen.
- ferocis - strijdlustig
- woest, fel
-
teneo, perf. (inf.)
tenui (tenere) - (vast)houden
-
tremo, perf. (inf.)
tremui (tremĕre) - trillen, beven
-
-
fames, gen. (geslacht)
famis (vrl.) - honger
-
-
affero, perf. (inf.)
attuli (afferre) - (mee) brengen, ergens heen brengen
-
-
-
-
appello (inf.)
- appellare - toespreken
- noemen
-
despero (inf.) + welke voorzetsel?
desperare + acc. - wanhopen (aan)
-
sacer, (vrl.), (onz.)
- sacra, sacrum - heilig
- (+ gen.) gewijd aan
|
|