-
lex, gen. (geslacht)
legis (vrl.) - wet
-
absum, perf. + welke voorzetsel + welke naamval (inf.)
afui a(b) + abl. (abesse) - verwijderd zijn van
-
minimus
- 1. kleinst
- 2. zeer/heel klein
-
mercator, gen.
mercatoris - koopman
-
-
Germanus
Germaan, Germaans
-
differo, perf. (inf.)
- distuli (differre) - 1. verschillen
- 2. uitstellen
-
longe (bijw.)
- 1. ver (weg)
- 2. lang (van tijd)
-
pessimus
- 1. slechtst
- 2. zeer/heel slecht
-
-
divido, perf. (inf.)
- divisi (dividĕre) - 1. verdelen
- 2. (+ abl.) scheiden (van)
-
provincia
provincie, ambtsgebied
-
longissime (bijw.)
- 1. meest ver weg, langst
- 2. zeer/heel ver weg, zeer/heel lang
-
-
-
proximus
naast, (zeer/heel) dichtbij
-
trans + welke naamval?
- + acc. - 1. aan de overkant van
- 2. over, over...heen
-
-
intra + welke naamval?
+ acc. - binnen
-
barbarus
vreemdeling, barbaar
-
condicio, gen. (geslacht)
- condicionis (vrl.) - 1. voorwaarde
- 2. toestand
-
-
unde
vanwaar, waarvandaan
-
sustineo, perf. (inf.)
- sustinui (sustinĕre) - omhooghouden
- uithouden
-
paulatim (bijw.)
langzamerhand
-
transeo, perf., participium passief van het perf. (inf.)
- transii, transitus (transire) - overtrekken, voorbijtrekken
- voorbijgaan (v. tijd)
-
facinus, gen. (geslacht)
facinoris (onz.) - misdaad
-
eques, gen.
- equitis - ruiter
- ridder (klasse tussen senaat en volk)
-
perfero, perf., participium
passief van het perf. (inf.)
- pertuli, perlatus (perferre) - overbrengen
- verdragen
-
committo, perf., participium
passief van het perf. (inf.)
- commisi, commissus (committĕre) - aangaan (een gevecht), begaan (een misdaad)
- + dat. toevertrouwen
-
-
mitto, perf., participium
passief van het perf. (inf.)
misi, missus (mittĕre) - zenden, sturen
-
consumo, perf., participium
passief van het perf. (inf.)
- consumpsi, consumptus (consumĕre) - verbruiken
- besteden
-
rapio, perf., participium
passief van het perf. (inf.)
rapui, raptus (rapĕre) - grijpen, roven, meesleuren
-
oportet + wat?
+ (A.c.I.) - het is nodig dat, men moet
-
portius (bijw.)
liever, eerder
-
-
-
tolero (inf.)
(tolerare) - verdragen
|
|